Van moeder worden bestaat een glanzend beeld: puur geluk, onvoorwaardelijke liefde, vervulling. Dat beeld klopt vaak. En tegelijk komt er iets anders mee, iets waar minder makkelijk over gepraat wordt.
Twee dingen kunnen op hetzelfde moment waar zijn. Je kunt intens veel van je kind houden en tegelijk je oude vrijheid missen. Je kunt dankbaar zijn en tegelijk uitgeput. Je kunt je rol niet willen ruilen en tegelijk rouwen om de vrouw die je was voordat je verantwoordelijk werd voor iemand anders. Die gelijktijdigheid van tegengestelde gevoelens is de dualiteit van het moederschap.
Wat het zwaar maakt, is vaak niet het moederschap zelf, maar het idee dat je maar een van die gevoelens zou mogen hebben. Dat je alleen dankbaar hoort te zijn, en dat de rest verraad is. Zo stapelt schuld zich op boven op de vermoeidheid. Terwijl het toelaten van beide kanten juist lucht geeft. Ambivalentie betekent niet dat je iets verkeerd doet. Het laat zien dat je iets groots draagt.
Er speelt ook vaak een verschuiving van identiteit. Waar je eerst je eigen tempo, werk en keuzes had, staat nu een klein iemand voorop wiens behoeften geen uitstel dulden. Dat vraagt om een nieuwe verhouding tot jezelf, waarin je opnieuw ontdekt wat jij nodig hebt en hoe je jezelf niet volledig wegcijfert. Dat is geen luxe. Je hebt het nodig om het vol te houden.
Herken je die twee kanten in jezelf, weet dan dat het je geen mindere moeder maakt. Het betekent dat je eerlijk bent over iets ingewikkelds. En daar, in die eerlijkheid, ontstaat ruimte om er anders mee om te gaan.