Over piekeren: een vlucht naar het verleden of de toekomst
Piekeren voelt alsof je iets nuttigs doet. Je brein draait op volle toeren, weegt scenarios af en zoekt naar de oplossing die de onrust wegneemt. Maar aan het eind van een piekeruur ben je zelden dichter bij een antwoord. Je bent vooral moe.
Dat komt doordat piekeren zich zelden in het heden afspeelt. Het gaat over gisteren, over iets wat je anders had willen doen. Of over morgen, over iets wat mis zou kunnen gaan. In beide gevallen ben je met je aandacht overal, behalve op de plek waar je werkelijk iets kunt, en dat is nu.
Je kunt piekeren daarom zien als een soort vlucht. Het heden bevat soms iets wat lastig te voelen is: onzekerheid, verdriet, spanning. Zolang je maalt, hoef je dat gevoel niet aan te kijken. Het denken houdt het voelen een beetje op afstand. Dat is knap gedaan door je systeem, en tegelijk behoorlijk uitputtend.
De uitweg ligt dan ook niet in nog beter nadenken. Eerder in de andere richting. Even landen in je lichaam. Voelen wat er onder de gedachten zit, en het er laten zijn. Vaak wil een gevoel helemaal niet opgelost worden. Het wil gewoon even opgemerkt worden. En zodra dat gebeurt, verliest het malen een deel van zijn brandstof.
De volgende keer dat je merkt dat je maalt: wat zou er te voelen zijn als de gedachten even stil vielen?